In De glazen dierentuin, een boek voor 7 jaar en ouder van veelzijdig auteur Harmen van Straaten, bezoekt Chao elke dag zijn vriend de karper, in het vergeten parkje vlak bij zijn huis. Hij voert hem vliegjes en vertelt hem alles wat hij heeft meegemaakt. Maar op een dag hangt er een bord aan het hek: het parkje moet plaatsmaken voor een hoog gebouw! Dat kan Chao niet laten gebeuren. Hij rent naar zijn andere grote vriend, de glasblazer. Samen bedenken ze een plan om het parkje en Karper te redden. En daarbij helpt Chao’s grote geheim. Hij wil verhalen schrijven, net zo mooi als die in zijn favoriete dierenboek...
De stad is groot en hij groeit steeds groter.
Alles, elk plekje van de stad, is nodig voor nieuwe gebouwen. Hoger, we
moeten nog hoger! Ze lijken een wedstrijd te doen wie als eerste de maan
kan aanraken. De stad kreunt en steunt.
Blijft er dan nergens meer een stukje groen over in de stad?
Jawel, daar! Tussen een paar hoge gebouwen ligt nog een heel klein
parkje. Maar daar komt al jaren niemand meer. Het is door iedereen
vergeten.
Bijna iedereen…
Onder de oude bomen ligt stil een vijver. Eromheen staan rode bankjes.
Plotseling beweegt het jadegroene water van de vijver! Een prachtige
karper hapt naar lucht.
Hij lijkt wel van goud. Wat is hij mooi, als een koningsvis. Kijk hem eens
statig rondjes draaien.
Ook de karper is vergeten. Of is er toch nog iemand die hem weet te
vinden?
Daar komt iemand over het pad aangelopen.
Chao hijgt. Hij is geschrokken. Dat komt doordat er vandaag ineens een
groot bord aan het hek van het parkje hangt.
Hij gaat op de rand van de vijver zitten en roert zacht met zijn hand in
het water. Dat doet hij altijd, dan weet Karper dat hij er is.
Karper komt naar de oppervlakte en springt omhoog.
‘Ben je blij me te zien?’ vraagt Chao.
Karper slaat als antwoord met zijn vissenstaart op het water.
‘Je maakt me helemaal nat,’ roept Chao lachend. ‘Foei!’
Dan haalt hij een luciferdoosje uit zijn zak. Daarin zitten vliegjes die hij
gevangen heeft. Karper is dol op die lekkernij.
Chao heeft altijd wel iets lekkers voor hem bij zich. Een blaadje sla, een
stukje brood of een garnaal van het visrestaurantje op de hoek van de
straat.
Hij strooit de vliegjes in het water en Karper hapt ze allemaal op.
Karper mag niks merken.
Chao wil zijn beste vriend niet ongerust maken. Maar hij is heel erg
geschrokken van wat hij las op het bord aan het hek.
Normaal vertelt Chao hem alles wat hij heeft meegemaakt.
Over hoe het op school gaat; dat hij al heel goed kan lezen en rekenen. En
over dat hij later glasblazer wil worden, net zoals zijn vriend de oude
glasblazer. Die kan alles wat je hem maar vraagt van glas blazen.
De glasblazer is misschien wel zijn tweede beste vriend. Want Karper is
nummer één, die kent hij al zolang hij zich dingen kan herinneren.
Chao kijkt in het water en ziet zijn eigen gezicht in de weerspiegeling.
‘Ik ben een beetje druk vandaag, Karper,’ zegt hij. ‘Dus ik heb niet zoveel
tijd.’
Karper zwemt naar zijn gezicht. Het is net of hij Chao een kusje geeft.
‘Tot morgen, Karper!’ roept Chao.
Nee, hij wil zijn vriend niet ongerust maken. Hij houdt zijn ontdekking
geheim.